Thuis: eigenlijk sta ik ongeveer zoals elke morgen klaar om naar mijn werk te vertrekken, hooguit een beetje beter op tijd.  Om 7 uur 20 zeg ik tegen mijn lief dat ik vertrek: “Nu al”, vraagt ze mij, “wanneer vertrekt het vliegtuig?”.  Om 8 uur 40 dus en zelfs al is het niet ver naar de luchthaven, het is echt tijd om te vertrekken.  Wanneer ik aankom staat er een redelijk lange file aan de check-in, maar daar maak ik me niet druk om, ik heb toch voldoende tijd.  Mijn spiegelbeeld lijkt nogal zakenmanachtig, met mijn mooie kostuum, mijn beste hemd en das en de valies in handbagagestijl.  De security check duurt ook niet lang (de valies die ik bij heb is leeg), maar het is een lange weg tot aan de gate: eerst door lange gangen, roltrap op en af, dan met vlakke roltrappen voorbij een groot aantal gates.  Ik zie langs alle kanten nummers voorbij komen, maar mijn gate is pas op het einde van de terminal.  Wanneer ik daar kom hoor ik net mijn naam omroepen.  Timing is alles, ik ben mooi op tijd.

On the plane: ik zit alleen aan het gangpad.  Het kleine vliegtuig zit lang niet vol, dat zal zo wel vaker zijn bij dit type vluchten.  Ik denk aan de prijs die de vlucht gekost heeft en ben blij dat ik het niet zelf moet betalen.  Mijn GSM staat vol muziek en ik heb stereo-oortjes zodat de vlucht snel voorbij moet zijn.  Helaas, volgens de veiligheidsvoorschriften mag je geen GSM gebruiken tijdens de vlucht.  Ik heb wel een krant genomen vooraan in het vliegtuig, maar daarmee zal ik geen uur en een beetje zoet zijn.  Ik neem het risico en zet mijn GSM aan, ik schat de kans dat het vliegtuig neerstort door mijn GSM klein in.  Natuurlijk vind ik geen manier om de ontvangst af te zetten, maar wie gaat me nu bellen (ik zet ‘m voor alle zekerheid op stil)?

We krijgen een soort ontbijt: een wafeltje met poedersuiker ingepakt in celofaan.  Ik neem daarbij een water om te drinken (wat zou er in het bekertje zitten, 15 cl?).

Ik overdenk even de reden van mijn missie en vooral hoe ik er in verzeild geraakt ben.

De missie: maandagmorgen om 8 uur lag de keuze nog open: het zou mijn collega of ik zijn die naar Hagen moet om een OptiSnap op te pikken.  Ik bereken dat Hagen (vooraan in Duitsland, tegen Dortmund) ongeveer 3 uur rijden verwijderd ligt.  Beide kunnen we donderdag of vrijdag.  We zien later wel, wanneer we meer informatie hebben, wie best gaat.  Tegen 10 uur, na de reguliere meetings zijn we nog geen haar opgeschoten en ligt de keuze nog open.  Ik sta niet bepaald te springen om te gaan, maar wil wel meer weten over de OptiSnap, liefst uit eerste hand.  Stond ik niet in twijfel met mezelf, ik zou mijn hand opgestoken hebben en geroepen: “Ik ga”!  ’s Middags nog atijd geen nieuws, ik heb geen boterhammen mee, dus ga ik snel een kleinigheidje halen om te eten.  Kort na de middag is er bericht uit Duitsland: het kan niet doorgaan in Hagen, de nieuwe locatie is Berlijn!  En dan volgen de beslissingen elkaar in sneltempo op: de keuze gaat niet meer tussen mijn collega en ik, ik ben aangeduid.  Er is geen keuze meer tussen donderdag en vrijdag, het gaat alleen vrijdag!  En twee uur later is de vlucht geboekt: ik vertrek vrijdag om 8.40 uur en heb een terugvlucht vanuit Berlijn om 17.35 uur.

Ik hoef niet meer te twijfelen, maar ik sta nog altijd niet te springen om een dag naar Berlijn te gaan, dat wil toch zeggen dat ik pas laat thuis zal zijn (om 8 uur ongeveer in plaats van kwart voor vijf op een vrijdag).  Maar niet getreurd, thuis begrijpen ze het best en om 8 uur thuis, dat is best nog vroeg.  De kindjes zullen misschien al wel in hun bed liggen, dus die zal ik wel missen.  De beste optie is om er het beste van te maken en ik beschouw het als een werkvakantie.

De lege valies: om de OptiSnap mee te nemen vanuit Berlijn heb ik een onopvallende koffer nodig, groot genoeg om wat materiaal in kwijt te kunnen en niet te groot om nog als handbagage mee te krijgen.  De president bezorgd me een valies, merk Samsonite, op rolletjes met een uitschuifbaar handvat, hiermee zal ik zeker niet opvallen.  Ik maak me vooral zorgen om de heenweg, waar ik met een lege valies door de security moet geraken (gaan ze dat niet vreemd vinden, een lege valies?).  Maar als ik op de terugweg de OptiSnap en de nodige consumables moet meenemen kan ik best een degelijke koffer hebben.

Berlin Tegel: is de luchthaven waar ik zal landen.  Dat gebeurt ook omstreeks 9.50 uur.  Het kleine vliegtuigje gaat niet tot aan een terminal, maar we worden per bus gebracht.  Tegenover het kwartier dat het me in Zaventem (Brussel Nationaal) kostte om aan de gate te geraken heb ik hier geluk: binnen de 5 minuten ben ik aan de uitgang.  Ik verwacht een man met een bordje, maar ik zie niemand die reikhalzend naar mij uitkijkt.  Ik zet me rustig naast de wachtende mensen en zie na een paar minuten een typische duitser met een beige pardessus (alhoewel, typisch duits?).  Hij heeft echter geen bordje.  Na nog luttele minuten belt hij iemand op (terwijl ik net probeer zijn nummer te vinden) en het blijkt dat hij naar mij belt.  Sven lijkt me in orde, hij praat Engels met Duits haar op, maar we verstaan elkaar.  Op de weg naar het hoofdkwartier komen we in de buurt van Potzdammerplatz voorbij reclameborden (niet van die grote billboards, maar eerder zo’n glazen panelen waar ook de stratenplans in te vinden zijn) waarop een tentoonstelling van Franse schilders aangekondigd wordt.  Sven vertelt me er meer over, bijvoorbeeld dat de werken uit en New Yorks Museum komen en dat er behoorlijk wat impressionisten bij zitten (hij heeft zelf de tentoonstelling al bezocht).

Even later zitten we echter in een vergaderzaal in het hoofdkwartier en bekijken we de…

OptiSnap: ik hoef hier niet al te veel uitleg bij te geven, het is een technisch instrument en voor geïnteresseerden zal Google wel een antwoord verzinnen.  Vermits het een nieuw en opwindend apparaat is ben ik wel zeer blij, het is volledig wat ik verwacht en ik zal het met gepaste trots meevoeren naar België.

Der die das schnitzel: wat eet je anders in Duitsland?  Nu blijkt het nog niet eens een typisch Berlijns stuk eten te zijn, maar een Beierse specialiteit (Bayern, Bavarian).  We hadden ook de keuze om Italiaans, Frans of Japans te eten, maar een mens moet ’s spannende dingen proberen.  Ik eet trouwens geen schnitzel, maar een steak met aardappelen (met een lekker sausje en groentjes).

Back in the office: we bespreken nog kort enkele zakengerelateerde zaken en dan komt de kat op de koord: Sven heeft maar weinig om mij bezig te houden en stelt voor dat ik de rest van de namiddag doodmaak met een toeristische uitstap.  Op het menu staan: Ze French Painteurs of de koepel van Ze Reichstag.  Nu blijkt dat je heel wat tijd nodig hebt om de tentoonstelling te bezoeken, terwijl je vrij snel boven aan de koepel bent waar je een prachtig uitzicht hebt over Berlijn (het is trouwens prachtig weer, ideaal om de toerist uit te hangen).  Ik besluit dat het niet anders kan dan de koepel te bezichtigen en Sven gaat nog zijn gerief halen terwijl ik een sanitaire stop inlas.  Maar terwijl ik op het toilet zit overdenk ik met een deutsche gründligkeit dat ik toch beter het risico neem om een kijkje te gaan nemen aan de tentoonstelling, geraak ik binnen dan is het prima, anders kan ik nog tot aan de koepel wandelen.  Sven is het met mij eens en zet me af aan de…

Tentoonstelling van Franse schilders die normaal in het Metropolitan Museum of Art in New York hangen (allez, hun schilderijen alleszins, niet de schilders zelf): ik moet me binnenlullen en dan heb ik een ticket vast om onmiddellijk sofort binnen te geraken (anders moet je wachten tot je nummer verschijnt en dat kan wat duren).  Via de VIP-ingang kom ik in een grote rechthoekige ruimte met aan mijn linkerkant de vestiaire.  De dame die mijn koffer ontvangt zucht veelbetekenend, er zit nu een OptiSnap in en dat maakt de koffer redelijk zwaar.  Via een van de trappen ga ik naar beneden en sta snel in een zaal met schitterende schilderijen.

Vooreerst is er een zaal met werken van de vrienden Degas en Manet.  Het is fantastisch om de evolutie van de werken te zien.  Vooral Manet intrigeert mij: hij verschuift van vrij normale portretten naar een stijl met gedurfde onderwerpen (zijn Olympia hangt hier niet, spijtig genoeg, want het geeft volkomen zijn stijlbreuk weer: een liggende naakte dame die de toeschouwer vrank en vrij in de ogen kijkt), om dan volledig mee te gaan met zijn nieuwe vrienden die later de impressionisten genoemd worden.  De invloed is vrij duidelijk wanneer hij de familie Monet schildert.  Het is zonde dat de man vroeg gestorven is, zodat we niet kunnen inschatten wat de man nog uit zijn penseel had kunnen toveren.

Sven had me gezegd dat er ook Van Gogh’s hingen en ik zie al vrij snel een klein werkje dat aansluit bij het realisme (vrouw aan het fornuis, al is dat wellicht niet de juiste titel).  Realisme boeit me niet zo, het is vaak wel indrukwekkend, maar lijkt tijdgebonden en verwijst naar een era die ik liever niet van dichtbij zie.  Ik hoop alleszins nog andere Van Gogh’s te kunnen bewonderen.

De impressionisten kondigen zich in dichte drommen aan: bij de werken van Monet zitten pareltjes die me bekend voorkomen (van de serie op tv, toch wel leuk om zo meer te weten te komen) waaronder La Grenoulliere.  Andere stijlgenoten als Pissaro en Sisley behoren niet tot mijn favorieten, daar kan ik snel voorbij lopen.

De volgende indrukwekkende zaal staat vol beeldhouwwerken van Rodin.  Veel kende ik er niet van, laat staan dat ik warm zou worden van beeldhouwwerken, maar de uitstraling die deze beelden hebben is enorm.  Ik lees ook waarom ze zo gesmaakt worden: door een gedetailleerde vorm af te wisselen met een ruwe vorm geeft het zo’n groot contrast waardoor de vormen nog beter tot hun recht komen.  Tja, van mijn uitleg moet je het natuurlijk niet hebben, zoek ze in het echt op.

Achter de hoek hangen de werken die ik wilde zien, het meest vernieuwende van het impressionisme (moeten we het nog impressionisme noemen, het gaat veel verder en laat meer de gevoelens van de schilder zien dan de impressie) met als mijn helden Cézanne en Van Gogh.  Cézanne met zijn stillevens (ik zal Parijs verbazen met een appel) en zijn vrouw, Van Gogh met een pot irissen en een cypres (bij de cypres gebruikt hij een techniek waarbij hij in cirkels schildert, na wat opzoekwerk kom ik dan bij zijn bekendste werk: De Sterrennacht, wat hier ook had kunnen hangen vermits het bij de vaste collectie van de MET hoort).  Kenmerkend voor deze schilderijen is dat ze nu, in de eenentwintigste eeuw, nog niet kunnen bevat worden door ons verstand (terwijl we veel gewoon zijn:  een naakte vrouw die ons in de ogen kijkt schrikt ons niet meer af, flitsende beelden en felle kleuren trekken ongemerkt onze ogen voorbij) en ik vraag me af wat het toenertijd teweeg bracht.  Ook dat is moeilijk te bevatten…

We zijn nog niet aan het einde van de tentoonstelling (en ik zal de zaal Cézanne/Van Gogh nog enkele malen binnenstappen): een paar werken van Gaugin (kende ik al), drie Picasso’s (een vrouwenprotret dat er op het eerste zicht vrij normaal uitziet, als een foto, maar toch is er vanalles fout: het perspectief klopt niet, alles is blauw,… plus een zelfportret: ik zie een jonge bruine man met kroezelhaar waarvan één oog volledig zwart gemaakt is alsof het er niet is), Cabanel met een Venus die uit het water oprijst, nog een liggende naakte vrouw van Modigliani…

Ik bekijk kunst als volgt (eigenlijk bekijk ik zowat alles zo, ook bijvoorbeeld wijn): het is naar mijn smaak en dan is het goed.  Doet het me niets dan hoeft het ook niet.  Zelden zoek ik naar een uitleg over een schilderij.  Maar moest ik hier meer tijd gehad hebben zou ik misschien toch enige extra uitleg gewild hebben over een aantal schilderijen (of zelfs beeldhouwwerken, hoe is het mogelijk).  Ik had de mogelijkheid om een audiobegeleiding te horen, maar dan zou ik allicht een uur meer tijd nodig gehad hebben.

Dus stap ik het museum weer uit.  Ik krijg even inzicht hoe het systeem met de nummers werkt: mijn inkomticket wordt opnieuw gescand wanneer ik buiten ga, zo kunnen ze het aantal actuele bezoekers volgen en kan er een nieuwe liefhebber in mijn plaats het museum binnenkomen.  Simpel toch.

Vóór het museum staat een ijskreemkarretje en in mijn beste duits bestel ik een horentje met een bol chocolade, wat me lekker smaakt.  Ik wandel in de richting van de Potzdammerplatz war ik hoop een taxi tegen te komen of eventueel eerst een bancontact, vermits ik mijn laatste geld in het inkomticket van het museum gestoken heb.  Ik heb nog voldoende tijd om op de luchthaven te geraken, maar ik hou het uur toch in het oog.  In het beste geval duurt het een half uurtje om weer op Tegel te staan, maar ik ben liever te vroeg dan te laat.  Na een kwartier stappen zie ik wel een lijntje taxi’s maar lang nog geen bancontact.  Verder zoeken brengt me op kijkafstand van de Brandenburger Tor (bij een vorige uitstap naar Berlijn al gezien) maar geld heb ik nog altijd niet.  Ik besluit terug te keren naar de lijn taxi’s en ik hoop dat ze Visa aanvaarden.  De eerste in de lijn doet het niet, maar ik sta vlak voor een hotel en de portier krijgt wel uitgelegd aan een paar bestuurders dat ik met Visa wil betalen.  De tweede in de rij rijdt met tot aan de ingang van Tegel, helpt mijn koffer uit de koffer (hij schuift zelfs het handvat eruit) en het kost me maar 21 EUR!  Ik ben vroeg en ga richting de gate (geen 5 minuten stappen) om te genieten van mijn muziek.

The gate: er zit veel volk in de buurt van waar ik straks moet zijn, dus meng ik mij onder het volk om onopvallend The Doors te beluisteren.  Voor de verjaardag van mijn lief heb ik een triple CD gekocht, nog onbestaande in Europa, die ik uit Amerika heb laten overkomen.  Het is een registratie van 2 optredens uit 1970.  The Doors hebben toen in Boston 2 keer opgetreden, in de namiddag en ’s avonds.  Jim Morrison is er onder de invloed van de drank en het is geen onbesproken performance.  Het optreden eindigt ook abrupt wanneer de stroom afgezet wordt.  Ik heb voldoende om de 3 CD’s bijna volledig te beluisteren.

Verder?  Ik ga nog naar het toilet (geen probleem) en ik stap op de bus die mij en andere passagiers naar het vliegtuigje brengt.  De vlucht duurt weer zolang ze moet duren, we krijgen weer iets te eten (ciabatta-achtig broodje met ham) en ik drink een cola.  Ik hoopte op een blikje cola, zo kreeg ik toch wat meer, maar de cola komt uit een grote fles en dus heb ik maar 15cl te drinken.  De passagier naast mij (het vliegtuig zit toch wat voller dan vanmorgen) neemt een flesje rode wijn en een glas water.  Ik weet duidelijk niet hoe ik moet profiteren van het aanbod in het vliegtuig.  We landen zonder problemen en ik vang mijn tocht naar de uitgang aan.  Weer twintig minuten later zit ik eindelijk in de auto op weg naar huis.

Thuis: zijn de kindjes nog wakkeren ze zijn blij me te zien (en ik ben dolblij om hen weer te zien).  Ik herinner me dat ik ook mijn lief gemist heb, zeker tijdens de tentoonstelling, omdat het zoveel leuker is om te praten over de indrukken, terwijl ik nu een idee moet geven van wat ik gezien heb en zij alleen maar jaloers kan zijn op mijn ervaring.  Zij wil trouwens liever niet naar Duitsland en zal ze waarschijnlijk pas in New York de schilderijen kunnen bewonderen.  Morgen is het weekend en zijn we samen een leuk gezinnetje.  Een leuk reisje naar Berlijn kan het plezier van thuis niet evenaren, maar ik heb er het beste van gemaakt: het was een leuke ervaring die me meer geboden heeft dan verwacht.  Ik verwachtte een gewone uitstap, wat al speciaal genoeg was voor mij, maar ik heb de businesstrip van mijn leven gemaakt.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *